Gepubliceerd op 06-09-2022 · Bijgewerkt op 23-09-2026
Het verschil tussen Klein Vaarbewijs 1 en 2 zit vooral in het vaargebied. KVB2 is dus niet simpelweg het bewijs voor een snellere of langere boot. Kijk eerst of je boot vaarbewijsplichtig is en daarna waar je wilt varen.
Met KVB1 mag je met een passend vaarbewijsplichtig vaartuig op rivieren, kanalen en de meeste meren varen. Voor onder meer het IJsselmeer, Markermeer, de Waddenzee en de Oosterschelde heb je KVB2 nodig. Ook de Westerschelde, Eems en Dollard vallen onder dat ruimere vaargebied.
Voor KVB2 moet je zowel voor KVB1 als voor KVB2 geslaagd zijn. Bij de aanvullende stof komen onder andere navigatie, koersen en getijden aan bod. Dat vraagt een andere voorbereiding dan alleen verkeersregels onthouden.
Een praktisch voorbeeld: met dezelfde snelle motorboot kan op een kanaal KVB1 volstaan, terwijl voor een tocht op het IJsselmeer KVB2 nodig is. De boot verandert niet; het vaargebied wel. Twijfel je over jouw route, controleer dan vooraf de grenzen van het vaargebied en de eisen aan jouw vaartuig.
Meer informatie: Rijkswaterstaat over snelvaren.