Jouw naslagwerk op het water

Kennisbank

Begrijpen hoe het werkt. Weten wat je doet. Leer de vaarbewijstheorie met heldere uitleg, voorbeelden en vragen om jezelf te testen.

Begin met een les

Oriëntatie

Klein Vaarbewijs 1 en 2: welke route past bij jou?

Klein Vaarbewijs 1 is bedoeld voor de vaart op rivieren, kanalen en meren.

Lees de uitleg
Oriëntatie

Wanneer heb je een vaarbewijs nodig?

Voor een gewoon pleziervaartuig geldt de klein-vaarbewijsplicht bij een lengte vanaf 15 meter tot minder dan 25 meter.

Lees de uitleg
Oriëntatie

Leeftijd, aanvragen en geldigheid

De leeftijd waarop je examen kunt doen is niet hetzelfde als de leeftijd waarop een vaarbewijs kan worden afgegeven of je een bepaalde boot mag besturen.

Lees de uitleg
Oriëntatie

Zo bereid je je voor op het examen

Werk per onderwerp: lees de uitleg, teken de situatie zelf en beantwoord de controlevragen zonder terug te kijken.

Lees de uitleg
Oriëntatie

Van theorie naar veilig varen

Een theorieboek leert je situaties herkennen en beslissingen onderbouwen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Bakboord, stuurboord, voor en achter

Bakboord is links en stuurboord rechts wanneer je aan boord naar de boeg kijkt.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Onderdelen van een boot

De romp vormt het drijvende lichaam.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Lengte, breedte, diepgang en kruiphoogte

Lengte en breedte bepalen hoeveel ruimte het schip inneemt.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Scheepstypen en manieren van voortbewegen

Een motorschip gebruikt mechanische voortstuwing.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Loef, lij en de wind ten opzichte van je boot

Loef is de zijde waar de wind vandaan komt; lij is de zijde van de wind af.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Koers, vaarrichting en peiling

De gestuurde koers beschrijft de richting waarin de boeg is gericht, met een aangegeven referentie zoals waar of kompas.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Afstand, snelheid en tijd op het water

Een zeemijl is 1.852 meter.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Varend, stilliggend, gemeerd en geankerd

In het BPR is een schip varend wanneer het niet ten anker ligt, niet is gemeerd en niet is vastgevaren.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Welk vaarreglement geldt waar?

Op veel Nederlandse binnenwateren geldt het Binnenvaartpolitiereglement, het BPR.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Wetgeving achter de vaarregels

De Scheepvaartverkeerswet vormt een basis voor regels over veilig en vlot scheepvaartverkeer.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Goed zeemanschap en afwijken bij gevaar

Goed zeemanschap betekent dat je de voorzorgsmaatregelen neemt die de omstandigheden vragen om gevaar, schade en onaanvaardbare hinder te voorkomen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Schipper, bemanning en roerganger

De schipper draagt de verantwoordelijkheid voor het schip en de naleving van de relevante voorschriften.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Klein schip en groot schip

In het BPR is een klein schip in beginsel een schip waarvan de lengte van de romp minder dan 20 meter bedraagt.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Alcohol, middelen en vaarbevoegdheid

De Scheepvaartverkeerswet verbiedt het voeren of sturen van een schip onder zodanige invloed dat je niet tot behoorlijk varen in staat bent.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Scheepsnaam, kentekens en documenten

Kleine schepen moeten volgens het BPR in de daarvoor bedoelde gevallen herkenbaar zijn aan een naam of kenspreuk en gegevens van de eigenaar.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Snelle motorboten: bestuurder en uitrusting

Volgens het BPR is een snelle motorboot een klein schip dat met zijn mechanische voortstuwing meer dan 20 km/u ten opzichte van het water kan bereiken.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Snelvaren, waterskiën en waterscooters

Het BPR kent als uitgangspunt een maximum van 20 km/u ten opzichte van het water voor snelle motorboten, behoudens aangewezen gebieden en andere geldende beperkingen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Stilliggen, ankeren en ligplaats nemen

Kies een plaats waar stilliggen is toegestaan en waar je de scheepvaart niet hindert.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

RPR: verschillen met het BPR

Het RPR geldt op de aangewezen Rijnvaarwegen, waaronder Waal en Lek.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Hulpverlening, aanvaring en gegevens uitwisselen

Na een aanvaring beoordeel je of mensen gewond zijn, iemand overboord is en er gevaar ontstaat door lekkage, brand of verkeer.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Een verkeerssituatie stap voor stap beoordelen

Begin een verkeersvraag met het vaargebied en het toepasselijke reglement.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Uitkijk, veilige snelheid en aanvaringsgevaar

Een goede uitkijk gebruikt zicht, gehoor en beschikbare hulpmiddelen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Stuurboordwal houden

De stuurboordzijde van het vaarwater is de rechterzijde gezien in je vaarrichting.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Twee motorschepen op tegengestelde koers

In de gewone BPR-situatie waarin twee kleine motorschepen op tegengestelde koersen naderen en geen van beide de stuurboordzijde volgt, wijken beide naar stuurboord uit.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Twee motorschepen op kruisende koers

Wie wijkt uit als twee kleine motorboten elkaar kruisen? Leer eerst de situatie afbakenen en pas daarna de regel toe.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Oplopen en voorbijlopen

Een oploper nadert een ander schip van achteren om het voorbij te varen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Motorboot en zeilboot

In de gewone BPR-ontmoeting tussen een klein motorschip en een klein zeilschip, zonder bijzondere omstandigheden en zonder dat één de stuurboordzijde volgt, verleent het motorschip voorrang aan het zeilschip.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Motorboot, roeiboot en spierkracht

Bij de gewone BPR-kruising tussen een klein motorschip en een klein door spierkracht voortbewogen schip, zonder stuurboordzijde of andere bijzondere omstandigheden, verleent het motorschip voorrang.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Twee zeilschepen: verschillende boeg

Bij twee kleine zeilschepen die onder de gewone BPR-voorwaarden elkaar ontmoeten, is de boeg waarover zij zeilen belangrijk.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Twee zeilschepen: dezelfde boeg

Wanneer twee kleine zeilschepen bij een BPR-kruising over dezelfde boeg zeilen, verleent het loefwaartse schip voorrang aan het lijwaartse schip, onder de voorwaarden van de betreffende regel.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Klein schip tegenover groot schip

Een beroepsschip heeft vaak een grote stopweg en kan door diepgang slechts een deel van het water gebruiken.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Hoofdvaarwater en nevenvaarwater

Bij hoofd- en nevenvaarwater gelden specifieke BPR-bepalingen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Vertrekken, oversteken en keren

Bij vertrekken, keren en oversteken moet je je ervan vergewissen dat de manoeuvre zonder gevaar kan plaatsvinden.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Engten, bochten en obstakels

Een engte is een plaats waar niet genoeg ruimte is voor twee schepen of samenstellen om elkaar te passeren.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Blauw bord en voorbijvaart aan stuurboord

Een blauw bord aan stuurboord, gecombineerd met een wit flikkerlicht, kan aangeven dat een groot schip stuurboord op stuurboord wil passeren.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Veerponten, bijzondere schepen en samenstellen

Een veerpont kan aan een kabel gebonden zijn of vrij varen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Navigatielichten lezen: kleur en sector

Rood, groen en wit vertellen vanuit welke richting je een schip ziet. Zo lees je boordlichten, toplicht en heklicht.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Klein motorschip herkennen

Een alleenvarend klein motorschip voert volgens het BPR 's nachts een wit toplicht, rood en groen boordlicht en een wit heklicht.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Groot motorschip herkennen

Een alleenvarend groot motorschip voert onder het BPR een toplicht voorop, boordlichten en een heklicht.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Zeilschip en zeilen met motor bij

Een klein zeilschip voert volgens BPR artikel 3.13 boordlichten en een heklicht.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Roeiboten en andere kleine vaartuigen

Een klein door spierkracht voortbewogen schip moet onder BPR 's nachts een wit gewoon rondom schijnend licht voeren.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Sleepboten en gesleepte schepen

Bij een BPR-sleep met grote schepen voert het motorschip aan de kop twee toplichten boven elkaar, boordlichten en achterop een geel licht met de sector van een heklicht.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Duwstellen en gekoppelde samenstellen

Een groot BPR-duwstel heeft aan de voorzijde onder meer drie toplichten in een driehoek.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Geankerde, gemeerde en vastgelopen schepen

Een klein stilliggend schip voert onder BPR in beginsel 's nachts een wit rondom schijnend licht.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Vissende schepen

Een vissersschip is niet iedere boot met iemand die een hengel vasthoudt.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Werkende en beperkt manoeuvreerbare schepen

Een werkend drijvend werktuig kan volgens BPR artikel 3.25 aan de vrije zijde twee groene lichten of twee groene ruiten tonen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Onmanoeuvreerbaar en overige bijzondere tekens

Een schip dat onmanoeuvreerbaar wordt kan onder BPR twee rode rondom schijnende lichten boven elkaar of overdag twee zwarte bollen tonen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Lichtenbeelden oefenen vanuit verschillende hoeken

Begin bij een lichtenbeeld met kleuren, aantallen en onderlinge plaatsing.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Korte stoot, lange stoot en seinreeksen

Een zeer korte stoot duurt volgens het BPR ongeveer een kwart seconde, een korte stoot ongeveer één seconde en een lange stoot ongeveer vier seconden.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Manoeuvreer- en attentieseinen

In het BPR betekenen één korte stoot: ik ga naar stuurboord; twee korte: ik ga naar bakboord; drie korte: ik sla achteruit.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Seinen bij slecht zicht en nood

Bij mist of ander slecht zicht gelden naast verlichting ook voorschriften voor snelheid, radarvaart, uitkijk en geluidsseinen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Verbodsborden langs het water

Verbodstekens leggen een beperking op aan een handeling of categorie.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Gebodsborden en verplichte vaarrichting

Gebodstekens kunnen je verplichten een aangegeven richting te volgen, naar een bepaalde zijde te varen, vóór een grens te stoppen, een maximumsnelheid aan te houden, een geluidssein te geven of bijzonder op te letten.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Beperkingen voor hoogte, diepte en breedte

Beperkingstekens kunnen de beschikbare diepte, doorvaarthoogte of breedte aangeven.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Aanwijzingsborden en aanvullende tekens

Aanwijzingstekens geven bijvoorbeeld aan waar ligplaats mag worden genomen, waar een voorziening ligt of welke categorie een vaarweg mag gebruiken.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Tekens bij havens, nevenwateren en vaarwegsplitsingen

Bij havens, aftakkingen en splitsingen helpen verkeerstekens en betonning om de inrichting te begrijpen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Marifoon: regels en basisgebruik

Een marifoon is een zend- en ontvangtoestel voor scheepvaartcommunicatie.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Verkeersbegeleiding en aanwijzingen

Een verkeerspost helpt het scheepvaartverkeer in een gebied overzichtelijk en veilig te houden.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Betonningsrichting en systemen

Betonning markeert een vaarwater of een gevaar.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Laterale markering: rood en groen

Laterale markering geeft de zijdelingse begrenzing van een vaarwater aan.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Scheidingen van vaarwater

Bij een samenkomst of scheiding van vaarwaters kan de markering aangeven of de takken van gelijk belang zijn of dat één tak hoofdvaarwater is.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Cardinale markering: noord, oost, zuid en west

Cardinale markering werkt met kompasrichtingen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Markering van afzonderlijk gevaar

De markering afzonderlijk gevaar staat bij een losliggend gevaar van beperkte omvang.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Markering van veilig vaarwater

De markering veilig vaarwater geeft een positie aan waar rondom veilig kan worden genavigeerd.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Bijzondere markering en nieuwe gevaren

Bijzondere markering is geel en duidt een gebied of voorwerp met een specifiek doel aan.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Kribben, oevers en aanvullende markering

Een vaarweg kan ook worden begrensd door vaste bakens op kribben of oevers.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Lichtkarakters van boeien en bakens

Een lichtkarakter beschrijft hoe licht en donker elkaar afwisselen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Sectorlichten en lichtenlijnen

Een lichtenlijn bestaat uit een laag voorlicht en een hoger achterlicht.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Roerwerking en bestuurbaarheid

Een roer verandert de richting van water dat erlangs stroomt.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Schroefwerking en wieleffect

Een schroef verplaatst water en levert stuwkracht.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Wind, stroom en draaipunt

Wind werkt vooral op de delen boven water; stroom werkt op het onderwaterschip.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Stoppen en draaien in beperkte ruimte

Een boot heeft geen rem die haar direct tegenover de wal stilzet.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Aanleggen met wind en stroom

Kies een toegestane ligplaats met voldoende diepte en ruimte.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Wegvaren met wind en stroom

Controleer verkeer, wind, stroom en de ruimte voor én achter de boot.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Landvasten, springen en knopen

Een voorlijn loopt vanaf het voorschip naar een punt schuin voor de boot; een achterlijn vanaf het achterschip naar een punt schuin achter de boot.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Boegschroef en verschillende aandrijvingen

Een boegschroef geeft zijdelingse stuwkracht bij de boeg.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Ankeren en anker ophalen

Ankeren begint met een toegestane plaats buiten hinderlijke verkeersbanen, met een geschikte bodem en voldoende diepte.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Slepen en gesleept worden

Een korte sleep op beschut water vraagt andere middelen dan een sleep in golven of druk verkeer.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Bruglichten en doorvaartopeningen

Bij een beweegbare brug geven de lichten aan of je mag doorvaren en of de brug wordt bediend.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Een brugpassage voorbereiden

Controleer de brugnaam, bedieningstijden, eventuele stremmingen, marifoonkanaal en doorvaarthoogte.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Sluislichten en toestemming tot invaren

Onder BPR betekent bij de invaart van een sluis twee rode vaste lichten boven elkaar: niet invaren, de sluis wordt niet bediend.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Schutten: van invaren tot uitvaren

Verminder snelheid bij de wachtplaats, voorkom hinderlijke golven en blijf uit de baan van uitvarende schepen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Verval, stroming en lijnen in de sluis

Het verval is het hoogteverschil tussen de waterniveaus aan beide zijden van de sluis.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Dode hoek en stopafstand van beroepsvaart

Een binnenvaartschipper kijkt vanuit een stuurhut die ver van de boeg kan liggen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Zuiging, ondiep water en oevereffect

Een varend schip verplaatst water.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Drukke knooppunten en verkeersposten

Bestudeer vóór aankomst de vaarwegen, havenmonden, bruggen, bochten en mogelijke wachtruimte.

Lees de uitleg
Praktijk

Stabiliteit, vrijboord en belading

Stabiliteit is het vermogen van een schip om zich na een helling weer op te richten.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Benzine, diesel en elektrische voortstuwing

Een benzinemotor ontsteekt het brandstof-luchtmengsel met een bougie.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Motorcontrole voor vertrek

Een motorcontrole begint bij een stilstaande motor en de handleiding van het eigen schip.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Koeling en oververhitting

Bij directe buitenwaterkoeling stroomt vaarwater door de daarvoor bedoelde koelkanalen van de motor.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Smering, oliedruk en motoralarmen

Motorolie vermindert wrijving en slijtage, voert warmte af en helpt vervuiling naar het filter te brengen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Brandstofsysteem en storingen

De brandstofroute loopt doorgaans van tank via leidingen, afsluiter, filters en pomp naar de motor.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Accu's, laden en elektrische veiligheid

Een boordaccu kan bij kortsluiting zeer grote stromen leveren.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Aandrijving, schroef en stuurinrichting

De motor levert vermogen, maar de aandrijving brengt het bij de schroef.

Lees de uitleg
Praktijk

Onderhoud na het varen en winterstalling

Kijk na het varen naar nieuwe lekkage, losse onderdelen en afwijkingen die onderweg opvielen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Schoon en rustig varen

Schoon varen begint met voorkomen dat afval, olie en brandstof in het water belanden.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Reddingsvesten en drijfhulpmiddelen

Een drijfhulpmiddel helpt bij het blijven drijven, maar is niet automatisch bedoeld om een bewusteloze op de rug te draaien.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Veiligheidsuitrusting en zichtbaarheid

Veiligheidsmiddelen werken alleen als ze passen bij schip, opvarenden en vaargebied, en snel bereikbaar zijn.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Brand voorkomen: tanken, ventilatie en gas

Brand ontstaat wanneer brandbare stof, zuurstof en voldoende ontstekingsenergie samenkomen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Brandklassen en blusmiddelen

Brandklasse A betreft vaste stoffen zoals hout en textiel.

Lees de uitleg
Praktijk

Koolmonoxide en veilige ventilatie

Koolmonoxide kan ontstaan bij onvolledige verbranding en is niet zichtbaar of ruikbaar.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Man overboord: waarnemen, terugvaren en bergen

Roep duidelijk dat iemand overboord is en wijs één persoon aan die voortdurend blijft kijken en aanwijzen.

Lees de uitleg
Praktijk

Koud water en onderkoeling

Plotseling in koud water vallen kan een koudeschok veroorzaken: happen naar lucht, snelle ademhaling en paniek.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Lekkage, water maken en aan de grond lopen

Bij onverwacht water in de boot kijk je eerst naar de veiligheid van mensen en de ernst van de situatie.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Motorpech, stuurproblemen en aanvaring

Wanneer motor of besturing uitvalt, kijk je meteen naar verkeer, wind, stroom en beschikbare ruimte.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Noodoproep en hulp inschakelen

MAYDAY gebruik je bij ernstig en dreigend gevaar waarbij onmiddellijke hulp nodig is.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Weerberichten voor watersport lezen

Een weerbericht is pas bruikbaar als het past bij plaats en tijd van je tocht.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Windrichting, windkracht en Beaufort

Een westenwind komt uit het westen en waait naar het oosten.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Golven, strijklengte en wind tegen stroom

Wind draagt energie over aan het water.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Mist en verminderd zicht

Mist bestaat uit kleine waterdruppeltjes nabij het oppervlak die het zicht beperken.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Onweer, buien en windstoten

Een bui kan gepaard gaan met plotselinge windstoten, een andere windrichting, hagel en sterk verminderd zicht.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Luchtdruk, isobaren en wind

Luchtdruk is de druk die de lucht uitoefent en wordt doorgaans aangegeven in hectopascal, hPa.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Hoge- en lagedrukgebieden

Een hogedrukgebied heeft een hogere luchtdruk dan zijn omgeving; een lagedrukgebied een lagere.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Fronten, troggen en luchtsoorten

Een front is een overgang tussen luchtmassa's met verschillende eigenschappen, zoals temperatuur en vochtigheid.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Wolken herkennen en hun betekenis

Wolken bestaan uit waterdruppeltjes, ijskristallen of beide.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Een vertrekbeslissing onderbouwen

Een vertrekbeslissing combineert weer, schip, bemanning en route.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

De juiste kaart en publicaties kiezen

Een geschikte waterkaart dekt niet alleen je bestemming, maar ook de route, uitwijkhavens en mogelijke omwegen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Kaarttekens en legenda

De legenda legt uit wat symbolen, lijnen, kleuren en afkortingen op een kaart betekenen.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Waterstand, NAP en referentievlakken

Een hoogte is pas bruikbaar als duidelijk is waarvandaan die wordt gemeten.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Waterdiepte en ruimte onder de kiel

Waterdiepte en kielspeling zijn verschillende grootheden.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Brughoogte en hoogteschalen

De kruiphoogte van je boot is de hoogte boven het water tot het hoogste onderdeel dat moet passeren.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Route plannen op binnenwater

Een route bestaat uit meer dan de kortste verbinding tussen twee havens.

Lees de uitleg
Basis · KVB1

Vaarweginformatie en tijdelijke wijzigingen

Werkzaamheden, defecte bruggen, evenementen en waterstanden kunnen de bruikbaarheid van een route veranderen.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Zeekaart lezen: randen, kleuren en gegevens

Lees titel, gebied, schaal, eenheden, editie en correctiestatus voordat je een positie uitzet.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Hydrografische kaarttekens herkennen

Hydrografische symbolen beschrijven onder meer bodem, gevaren, navigatiemerken en beperkingen.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Kaartcorrecties en nautische publicaties

Na publicatie van een kaart kunnen betonning, dieptes, wrakken en regels veranderen.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Breedte, lengte en positie noteren

Breedte geeft de hoekafstand ten noorden of zuiden van de evenaar.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Afstand meten en koers tekenen

Op een Mercatorkaart gebruik je de breedteschaal naast het traject voor afstanden.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Kompasstypen en verstoringen

Een magnetisch kompas richt zich naar het plaatselijke magnetische veld.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Ware, magnetische en kompaskoers

Een ware richting wordt gemeten vanaf het geografische noorden.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Variatie en actualiseren van kaartgegevens

Het magnetische noorden valt niet samen met het geografische noorden.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Deviatie, stuurtafel en miswijzing

Deviatie ontstaat door magnetische invloeden van schip, apparatuur en lading op het kompas.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Van kaartkoers naar kompaskoers en terug

Reken van ware koers naar kompaskoers en terug. Met een vaste tekenafspraak, twee voorbeelden en een controleberekening.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Drift door de wind

Wind kan een schip zijwaarts door het water verplaatsen.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Stroomrichting, stroomsterkte en vectoren

De beweging over de grond is de som van de beweging van de boot door het water en de beweging van het water over de grond.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Koers sturen om een bestemming te bereiken

Je wilt recht naar het noorden over de grond varen.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Grondkoers, grondsnelheid en gispositie

Een gispositie is een berekende schatting van je plaats na verloop van tijd.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Peilingen, kruispeiling en positienauwkeurigheid

Een peiling is de gemeten richting van jouw positie naar een herkenbaar object.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

GPS: positie, koers, snelheid en beperkingen

GNSS is de verzamelnaam voor satellietnavigatiesystemen; GPS is er één van.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Waypoints, routebewaking en aankomsttijd

Een waypoint is een opgeslagen positie.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Hoe getijden ontstaan

Getijden zijn periodieke veranderingen van de waterstand, vooral veroorzaakt door de getijvormende invloed van maan en zon.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Springtij, doodtij en dagelijkse verschillen

Bij nieuwe en volle maan liggen zon, aarde en maan ongeveer op één lijn.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Getijtafels en lokale gegevens lezen

Een getijtafel voorspelt waterhoogtes en tijdstippen voor een bepaalde locatie en periode.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Kaartdiepte, reductievlak en getijhoogte

De beschikbare waterdiepte is de kaartdiepte plus de actuele waterhoogte boven hetzelfde reductievlak.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Tussenliggende waterstand en twaalfdenregel

De twaalfdenregel schat de verandering tussen laagwater en hoogwater, of andersom.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Getijstroom en stroomatlassen

Getijstroom is de horizontale waterbeweging die met het getij samenhangt.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Windopzet en afwijkingen van de voorspelling

Een astronomische getijvoorspelling beschrijft de getijwerking van hemellichamen.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Een veilig passagevenster berekenen

Een passagevenster is de periode waarin de voorwaarden voor passage voldoende zijn.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Reglementgrenzen op ruime vaarwateren

Op ruim water bepaalt het toepasselijke reglement welke verkeersregels je gebruikt.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Westerschelde: definities en verantwoordelijkheid

Op de Westerschelde gebruik je de definities van het SRW voordat je een verkeersregel toepast.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Westerschelde: uitwijken en kleine vaartuigen

Een varend klein schip moet op de Westerschelde uitwijken voor andere dan kleine schepen.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Westerschelde: lichten, dagmerken en seinen

Lichten en dagmerken vertellen op de Westerschelde iets over het soort schip, zijn werkzaamheden en zijn toestand.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Redegebied Vlissingen en lokale bepalingen

Het redegebied bij Vlissingen vraagt extra voorbereiding door samenkomende vaargeulen, havenverkeer, loodsdienst en stroom.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Eemsmonding: de verhouding tussen SRE en BVA

In het verdragsgebied van de Eemsmonding werken het SRE en de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee samen.

Lees de uitleg
Verdieping · KVB2

Betonde vaargeulen en onbetond ruim water onder BPR

Op ruim water onder het BPR moet je onderscheid maken tussen een vaarwater volgen, een hoofdvaarwater binnenvaren en elkaar met kruisende koersen ontmoeten.

Lees de uitleg

Het complete theorieboek

16 hoofdstukken, van de eerste begrippen tot navigeren op ruim water.

  1. Starten met je vaarbewijs5 lessen beschikbaar →
  2. Nautische begrippen8 lessen beschikbaar →
  3. Reglementen en verantwoordelijkheid12 lessen beschikbaar →
  4. Vaarregels en uitwijken16 lessen beschikbaar →
  5. Lichten en dagtekens12 lessen beschikbaar →
  6. Geluidsseinen en verkeerstekens10 lessen beschikbaar →
  7. Betonning en bebakening10 lessen beschikbaar →
  8. Manoeuvreren en afmeren10 lessen beschikbaar →
  9. Bruggen, sluizen en beroepsvaart8 lessen beschikbaar →
  10. Schip, motor en milieu10 lessen beschikbaar →
  11. Veiligheid en noodsituaties10 lessen beschikbaar →
  12. Weer en vaaromstandigheden10 lessen beschikbaar →
  13. Waterkaarten en tochtvoorbereiding10 lessen beschikbaar →
  14. Koers en plaats bepalen14 lessen beschikbaar →
  15. Getijden en passageplanning8 lessen beschikbaar →
  16. Regels op ruim water7 lessen beschikbaar →