Seinen bij slecht zicht en nood
Bij mist of ander slecht zicht gelden naast verlichting ook voorschriften voor snelheid, radarvaart, uitkijk en geluidsseinen.
Deel 2: uitleg en voorbeelden gecontroleerd aan de genoemde BPR-bepalingen (versie 17 juni 2026). De beschreven voorwaarden en het vaargebied horen bij de regel.
Slecht zicht vraagt een eigen werkwijze
Bij mist of ander slecht zicht gelden naast verlichting ook voorschriften voor snelheid, radarvaart, uitkijk en geluidsseinen. Welke signalen gelden hangt af van schip en reglement. Onder BPR mag je de voorrangsregels bij goed zicht niet behandelen alsof je alle schepen nog tijdig kunt zien.
Voor grote niet op radar varende schepen beschrijft het BPR onder meer één lange stoot, ten minste eenmaal per minuut. Een niet op radar varend klein schip is niet verplicht dit mistsein te geven, maar mag één lange stoot geven en die herhalen. Controleer daarnaast of op de betreffende vaarweg een radarverplichting geldt; alleen de mogelijkheid om een mistsein te geven is geen toestemming om door te varen.
Nood herkenbaar maken
Een noodsein is bedoeld voor een werkelijke noodsituatie. BPR artikel 4.01 noemt reeksen klokslagen of herhaalde lange stoten om hulp in te roepen; artikel 3.30 beschrijft onder meer een rondgezwaaide vlag of licht en vuurpijlen of lichtkogels. Pyrotechnische signalen gebruik je volgens hun voorschrift en alleen wanneer dat nodig is; maak redders niet onnodig blind of onveilig.
Voorbeeld
Mist sluit een vaarweg af terwijl je geen geschikte radaruitrusting hebt. Alleen af en toe toeteren is geen veilige voortzettingsstrategie. Zoek volgens de geldende regels een geschikte veilige plaats buiten de doorgaande baan, maak je toestand kenbaar en vraag hulp als je die plek niet veilig kunt bereiken.
Gebruik op ander reglementgebied de daar geldende mistseinen: een reeks die je uit het BPR kent heeft niet automatisch in elk reglement dezelfde toepassing.
Stoppen wanneer doorgaan gevaarlijk wordt
BPR 6.30 verlangt een aan het zicht aangepaste snelheid en zo veel mogelijk varen aan de stuurboordzijde. Als je niet zonder gevaar verder kunt, ga je op de dichtstbijzijnde geschikte plaats stilliggen en maak je het vaarwater zo veel mogelijk vrij. De bijzondere passages uit 6.04a en 6.05 gelden bij slecht zicht niet.
Lig je op een gevaarlijke plaats in of nabij het vaarwater en hoor of verneem je dat een schip nadert, dan kent artikel 6.31 een positiebericht per marifoon of een reeks klokslagen, herhaald met tussenpozen van ten hoogste een minuut. Een aangewezen ligplaats of haven is een andere situatie. Een stilgevallen motor is op zichzelf geen bewijs dat je veilig ligt.
Test jezelf
Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.
Vervangt een mistsein uitkijk en een veilige snelheid?
Nee. Het is slechts één onderdeel van de maatregelen bij slecht zicht.
Gebruik je voor nood zomaar een willekeurige begroetingsreeks?
Nee. Nood vraagt de erkende noodsignalen en duidelijke communicatie.