Gebodsborden en verplichte vaarrichting
Gebodstekens kunnen je verplichten een aangegeven richting te volgen, naar een bepaalde zijde te varen, vóór een grens te stoppen, een maximumsnelheid aan te houden, een geluidssein te geven of bijzonder op te letten.
Deel 2: uitleg en voorbeelden gecontroleerd aan de genoemde BPR-bepalingen (versie 17 juni 2026). De beschreven voorwaarden en het vaargebied horen bij de regel. Gebruik de officiële afbeeldingen in de bronnen om ook de tekens visueel te leren herkennen.
Een gebod schrijft gedrag voor
Gebodstekens kunnen je verplichten een aangegeven richting te volgen, naar een bepaalde zijde te varen, vóór een grens te stoppen, een maximumsnelheid aan te houden, een geluidssein te geven of bijzonder op te letten. Het teken vertelt wat je moet doen; een aanbeveling heeft een andere status.
Een cijfer op een snelheidsbord lees je met de betekenis en eenheid van dat verkeersteken. Dat getal is een bovengrens, geen opdracht om die snelheid daadwerkelijk te halen. Bij drukte of slecht zicht kan langzamer nodig zijn.
Voorbeeld
Teken B.5 verplicht je onder de daarvoor geregelde omstandigheden vóór het bord stil te houden, bijvoorbeeld wanneer passage bij een brug of sluis nog niet is toegestaan. Dat je zelf geen schip ziet is dan geen toestemming om verder te varen. Lees het bord samen met de seinen en de plaatselijke regeling.
Duidelijke uitvoering
Begin tijdig met de gevraagde verandering. Als je pas naast een bord gaat uitzoeken hoe je moet draaien, kan er onvoldoende ruimte overblijven. Gebruik kaart en vaarweginformatie om ingewikkelde passages vooraf te herkennen.
Blijf het hele vaarwater beoordelen. Een verplichte richting maakt een botsing met een onverwacht obstakel niet aanvaardbaar. Neem de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen en volg aanvullende aanwijzingen van de bevoegde autoriteit.
Richting, snelheid en verkeer
B.1 geeft een verplichte vaarrichting. B.2a en B.2b vragen je naar de bakboord- respectievelijk stuurboordzijde te gaan; B.3a en B.3b vragen die zijde te houden. Naar een zijde gaan en die zijde houden zijn verschillende opdrachten.
B.6 geeft de maximumsnelheid in km/u aan. B.7 vraagt een geluidssein; B.8 vraagt bijzondere oplettendheid. B.9 betekent dat je bij de samenkomst het hoofdvaarwater niet mag opvaren of oversteken als je schepen daarop tot koers- of snelheidswijziging zou dwingen. B.10 vraagt juist zo nodig koers en snelheid aan te passen voor uitvarende schepen.
B.11 gaat over voorgeschreven marifoongebruik of melden op het aangegeven kanaal. B.12 verplicht het gebruik van walstroomaansluitingen volgens de bijbehorende regeling. Een informatiebord met een kanaalnummer is dus niet automatisch hetzelfde als het gebod om je te melden.
Test jezelf
Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.
Moet je altijd precies de aangegeven maximumsnelheid varen?
Nee. Het is een maximum; de veilige snelheid kan lager liggen.
Is een aanbevolen richting hetzelfde als een verplichte richting?
Nee. De categorie en betekenis van het teken verschillen.