Basis · KVB1

Beperkingen voor hoogte, diepte en breedte

Beperkingstekens kunnen de beschikbare diepte, doorvaarthoogte of breedte aangeven.

2 minuten lezen · Inhoud bekeken op 23-09-2026

Deel 2: uitleg en voorbeelden gecontroleerd aan de genoemde BPR-bepalingen (versie 17 juni 2026). De beschreven voorwaarden en het vaargebied horen bij de regel. Gebruik de officiële afbeeldingen in de bronnen om ook de tekens visueel te leren herkennen.

Beperkingen zijn geen scheepsmaten

Beperkingstekens kunnen de beschikbare diepte, doorvaarthoogte of breedte aangeven. Lees welke grootheid het bord bedoelt. Een getal onder een hoogtesymbool kun je niet gebruiken als informatie over de waterdiepte.

Bij doorvaarthoogte vergelijk je de beschikbare hoogte met de kruiphoogte van je schip. Bij diepte vergelijk je beschikbare diepte met diepgang en de gewenste ruimte onder de kiel. Bij breedte telt de werkelijke breedte van schip en eventuele uitstekende delen.

Voorbeeld

Een opening is aangeduid met 3,20 meter hoogte. Je boot is met opgeklapte kap 3,30 meter hoog en met neergeklapte kap 2,80 meter. Je beoordeelt de toestand waarin je daadwerkelijk doorvaart. Controleer ook antennes en of de aangeduide hoogte actueel is of ten opzichte van een referentie geldt.

Houd marge

Golven, helling, waterstand en onzekerheid van metingen kunnen de beschikbare ruimte beïnvloeden. Een theoretisch verschil van één centimeter is geen verantwoorde passageplanning. Een hoogteschaal bij een brug kan actueler zijn dan een algemene kaartwaarde, maar moet wel bij de bedoelde opening horen.

Lees de lokale aanduidingen en aanvullende tekens. Bij onduidelijkheid wacht je op betrouwbare informatie of kies je een alternatief.

De vijf beperkingstekens en hun eenheden

C.1 betreft beperkte waterdiepte; een eventueel getal is in centimeters. C.2 betreft doorvaarthoogte in meters. C.3 betreft breedte in meters. C.4 meldt vaartbeperkingen en vraagt dat je nadere informatie inwint. C.5 betekent dat het vaarwater op afstand van de oever ligt; het getal geeft in meters aan hoe ver je vanaf het bord uit de oever moet blijven.

Voorbeeld: 180 bij C.1 betekent 180 centimeter, dus 1,80 meter waterdiepte. Voor een diepgang van 1,50 meter is het rekenkundige verschil 0,30 meter, vóór je de actuele toestand en benodigde veiligheidsmarge beoordeelt. Hetzelfde getal onder een ander symbool mag je niet op dezelfde manier lezen.

Test jezelf

Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.

Welke scheepsmaat vergelijk je met de doorvaarthoogte?

De actuele kruiphoogte, inclusief uitstekende delen en veiligheidsmarge.

Is precies passende berekende hoogte voldoende marge?

Nee. Waterbeweging en meetonzekerheid vragen extra ruimte.

Bronnen bij deze les