Lengte, breedte, diepgang en kruiphoogte
Lengte en breedte bepalen hoeveel ruimte het schip inneemt.
Deel 1: uitleg en voorbeelden redactioneel nagekeken. Wettelijke onderwerpen vergeleken met de genoemde artikelen; CBR-exameneisen gebruikt voor de onderwerpafbakening. Dit deel dekt niet de volledige examenstof.
Vier maten, vier toepassingen
Lengte en breedte bepalen hoeveel ruimte het schip inneemt. Diepgang is de verticale afstand van de waterlijn tot het diepste deel van het schip. Kruiphoogte is de hoogte boven de waterlijn die nodig is om onder een object door te varen, rekening houdend met onderdelen die werkelijk kunnen worden neergeklapt.
Vrijboord is iets anders: de verticale afstand tussen de waterlijn en het relevante dek of de bovenrand van de romp. Extra belading laat een boot dieper inzinken. Daardoor neemt de diepgang toe en kan de hoogte boven water kleiner worden. Dat laatste maakt overbeladen varen niet verantwoord.
Voorbeeld: een brug en een ondiepte
Een boot heeft 1,10 meter diepgang en 2,60 meter kruiphoogte. Voor een ondiepte vergelijk je de beschikbare waterdiepte met 1,10 meter plus veiligheidsmarge. Voor de brug vergelijk je de actuele doorvaarthoogte met 2,60 meter plus marge. De breedte controleer je afzonderlijk bij een smalle opening.
Meet de werkelijke toestand
Een antenne, vlaggenstok of kap kan het hoogste punt zijn. Een roer of schroef kan dieper steken dan de kiel. Gebruik maten van het schip zoals het nu beladen en uitgerust is; een brochurewaarde kan van een andere toestand uitgaan.
Test jezelf
Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.
Welke maat gebruik je om ruimte onder de kiel te berekenen?
De actuele diepgang, vergeleken met de beschikbare waterdiepte.
Is vrijboord hetzelfde als kruiphoogte?
Nee. Vrijboord betreft de hoogte van dek of romprand boven water; kruiphoogte de benodigde totale doorvaarthoogte.