Loef, lij en de wind ten opzichte van je boot
Loef is de zijde waar de wind vandaan komt; lij is de zijde van de wind af.
Deel 1: uitleg en voorbeelden redactioneel nagekeken. Wettelijke onderwerpen vergeleken met de genoemde artikelen; CBR-exameneisen gebruikt voor de onderwerpafbakening. Dit deel dekt niet de volledige examenstof.
Waar komt de wind vandaan?
Loef is de zijde waar de wind vandaan komt; lij is de zijde van de wind af. Aan hogerwal komt de wind vanaf de wal het water op. Aan lagerwal blaast de wind vanaf het water naar de wal. Een boot wordt daar dus naartoe gedrukt.
Bij zeilen beschrijf je ook de boeg waarover een schip zeilt. De stand van het grootzeil helpt daarbij. Staat het grootzeil aan bakboord, dan zeilt het schip over bakboordsboeg. Bij lastige situaties, zoals voor de wind, moet je de reglementaire bepalingen over loef en lij gebruiken.
Voorbeeld
De wind komt uit het westen. Een boot ligt langs de oostelijke oever van een meer. De wind duwt haar naar die oever: dit is lagerwal. Wil je daar vertrekken, dan moet de manoeuvre rekening houden met de wind die de boot tegen de kant blijft zetten.
Twee toepassingen uit elkaar houden
Loef en lij helpen zowel bij manoeuvreren als bij zeilvoorrang. Toch volgt een voorrangsuitkomst niet uit alleen de windrichting. Je moet ook koers, vaarwater, scheepscategorie en eventuele bijzondere omstandigheden vaststellen.
Gebruik bij een tekening altijd een windpijl met de betekenis erbij. Een meteorologische westenwind komt uit het westen; hij waait dus naar het oosten.
Test jezelf
Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.
Wat is lagerwal?
De wal waar de wind naartoe blaast.
Het grootzeil staat aan bakboord. Over welke boeg zeilt het schip?
Over bakboordsboeg.