Motorboot, roeiboot en spierkracht
Bij de gewone BPR-kruising tussen een klein motorschip en een klein door spierkracht voortbewogen schip, zonder stuurboordzijde of andere bijzondere omstandigheden, verleent het motorschip voorrang.
Deel 2: uitleg en voorbeelden gecontroleerd aan de genoemde BPR-bepalingen (versie 17 juni 2026). De beschreven voorwaarden en het vaargebied horen bij de regel.
Roeien en andere spierkracht
Bij de gewone BPR-kruising tussen een klein motorschip en een klein door spierkracht voortbewogen schip, zonder stuurboordzijde of andere bijzondere omstandigheden, verleent het motorschip voorrang. Tussen een klein spierkrachtvaartuig en een klein zeilschip geldt onder die voorwaarden dat het spierkrachtvaartuig voorrang verleent aan het zeilschip.
Voor twee spierkrachtvaartuigen op kruisende koersen geldt onder de genoemde voorwaarden: het schip dat van bakboord nadert verleent voorrang aan het schip dat van stuurboord nadert. Bij een tegengestelde ontmoeting moet je de daarvoor geldende regel gebruiken.
Voorbeeld
Een kano en een kleine motorboot kruisen op open BPR-water. De kano ligt niet automatisch goed omdat zij kwetsbaarder oogt; je stelt eerst de situatie vast. Als de gewone voorwaarden gelden, moet de motorboot voorrang verlenen.
Kwetsbaarheid in de praktijk
Roeiers kunnen met hun gezicht tegen de vaarrichting zitten. Een lage kano kan achter golfslag of een kade uit zicht verdwijnen. Houd daarom extra uitkijk en vermijd hinderlijke golven. Kwetsbaarheid is een goede reden voor voorzichtigheid, maar geen vervanging van een correcte reglementaire beoordeling.
Ook een kanoër moet tijdig gevaar voorkomen en kan niet aannemen dat een grote beroepsschipper hem heeft gezien.
Test jezelf
Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.
Wie verleent in de gewone beschreven kruising voorrang: klein motorschip of kano?
Het kleine motorschip.
Betekent kwetsbaar zijn dat je altijd voorrang hebt?
Nee. Het vraagt extra voorzichtigheid, maar de toepasselijke regel blijft bepalend.