Basis · KVB1

Hoofdvaarwater en nevenvaarwater

Bij hoofd- en nevenvaarwater gelden specifieke BPR-bepalingen.

3 minuten lezen · Inhoud bekeken op 23-09-2026

Deel 2: uitleg en voorbeelden gecontroleerd aan de genoemde BPR-bepalingen (versie 17 juni 2026). De beschreven voorwaarden en het vaargebied horen bij de regel.

Een samenkomst herkennen

Bij hoofd- en nevenvaarwater gelden specifieke BPR-bepalingen. Markering en de inrichting van de vaarweg helpen herkennen hoe de samenkomst is geregeld. Een breed water is niet uitsluitend door zijn breedte juridisch altijd hoofdvaarwater.

Een schip mag een haven of nevenvaarwater alleen in- of uitvaren en het hoofdvaarwater daarbij invaren of oversteken als dit zonder gevaar kan. Artikel 6.16 regelt de medewerking: een groot schip mag die van een ander schip verlangen; een klein schip dat de manoeuvre uitvoert verleent voorrang aan een groot schip en mag medewerking verlangen van een ander klein schip. Dit is geen gewone kruising waarop je automatisch de motor-zeilregel toepast.

Voorbeeld

Een sloep komt uit een haven en ziet op het doorgaande vaarwater een motorboot van bakboord. 'Ik kom van rechts' is hier geen voldoende reden om door te varen. Eerst beoordeel je de havenuitvaart en de bijzondere regels voor die samenkomst.

Bereid de manoeuvre voor

Kijk vóór de uitvaart beide richtingen uit, houd rekening met een zichtbelemmerende pier en wacht waar je het doorgaande verkeer niet blokkeert. Vaar niet zover naar voren om te kijken dat de boeg al in de verkeersbaan ligt.

Lees verkeerstekens aan de oever in combinatie met de kaart. Een pijl of onderbord kan aangeven op welk vaarwater de aanwijzing betrekking heeft. Vermijd het uit je hoofd toepassen van een wegverkeersregel op een vaarwegsamenkomst.

Twee belangrijke uitzonderingen

Bij teken B.9 aan de uitmonding verleent een schip uit de haven of het nevenvaarwater voorrang aan een schip op het hoofdvaarwater. De betekenis van het teken is dat je niet opvaart of oversteekt als het doorgaande schip daardoor koers of snelheid zou moeten wijzigen.

Vaar je een lateraal gemarkeerd hoofdvaarwater binnen, anders dan vanuit een daarop uitmondend lateraal gemarkeerd nevenvaarwater? Dan verleen je volgens lid 5 voorrang aan een schip dat op dat hoofdvaarwater langs de laterale markering de stuurboordzijde volgt. Deze uitzondering kan ook gelden wanneer een groot schip de vaargeul binnenvaart en een klein schip haar volgt.

Willen twee schepen dezelfde haven in, dan vraagt de stroomrichting eveneens aandacht. Een tegenstrooms varend klein schip verleent voorrang aan het schip dat voorstrooms zonder opdraaien diezelfde haven wil invaren. Onder grote schepen geldt de vergelijkbare regel van lid 6.

Test jezelf

Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.

Is het breedste water automatisch altijd hoofdvaarwater?

Nee. De inrichting en toepasselijke markering en regels zijn bepalend.

Mag je bij een havenuitvaart alleen kijken wie van rechts komt?

Nee. De bijzondere regels voor in- en uitvaren gaan in de beoordeling voor.

Bronnen bij deze les