Basis · KVB1

Blauw bord en voorbijvaart aan stuurboord

Een blauw bord aan stuurboord, gecombineerd met een wit flikkerlicht, kan aangeven dat een groot schip stuurboord op stuurboord wil passeren.

2 minuten lezen · Inhoud bekeken op 23-09-2026

Deel 2: uitleg en voorbeelden gecontroleerd aan de genoemde BPR-bepalingen (versie 17 juni 2026). De beschreven voorwaarden en het vaargebied horen bij de regel.

Een afwijkende passage herkennen

Een blauw bord aan stuurboord, gecombineerd met een wit flikkerlicht, kan aangeven dat een groot schip stuurboord op stuurboord wil passeren. In het BPR zijn daarvoor de omstandigheden en verplichtingen beschreven. Op bepaalde stromende riviergedeelten spelen de voorschriften voor opvaart en afvaart een eigen rol.

De gewone passage is vaak bakboord op bakboord. Het bord vraagt dus aandacht voor een afwijkende afspraak. Kijk naar het schip dat het toont en naar de beschikbare ruimte, niet alleen naar de kleur op afstand.

Wat doet een klein schip?

Een klein schip waaraan het verlangen volgens BPR artikel 6.04a kenbaar wordt gemaakt, verleent voorrang aan het grote schip, bij voorkeur door aan het verlangen te voldoen. Ga niet blind naar de andere kant als dat onveilig is. De situatie moet zonder gevaar kunnen worden opgelost.

Voorbeeld

Een groot schip nadert en wil naar een ligplaats aan zijn bakboordzijde. Het toont het voorgeschreven teken voor de afwijkende passage. Als kleine boot anticipeer je vroeg en laat je de benodigde manoeuvreerruimte. Wacht zo nodig ruim buiten zijn baan.

Wanneer de bedoeling onduidelijk is, zoek je tijdig duidelijkheid en verminder je het risico. Het bord betekent geen algemeen bevel voor alle schepen in de omgeving om onmiddellijk de vaarweg over te steken.

Dag, nacht en de aangewezen riviergedeelten

Overdag horen het lichtblauwe bord en het witte flikkerlicht samen bij het teken. 's Nachts is het witte flikkerlicht voorgeschreven en mag het bord erbij worden getoond.

Artikel 6.05 geldt op de Geldersche IJssel van de IJsselkop tot de stadsbrug te Kampen en op de Maas met aansluitend de Bergsche Maas tot Heusden. Een opvarend groot schip laat daar een geschikte weg vrij voor afvarende vaart. Laat het die weg aan zijn stuurboordzijde vrij, dan toont het het genoemde teken. Een afvarend klein schip verleent voorrang, bij voorkeur door die weg te gebruiken. Een opvarend klein schip verleent voorrang aan een afvarend groot schip. De algemene BPR-hoofdregel mag je niet zonder deze gebiedscontrole toepassen.

Test jezelf

Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.

Welke passage wordt met het blauwe bord bedoeld?

Stuurboord op stuurboord, binnen de toepasselijke reglementaire situatie.

Moet een klein schip blind naar de overkant varen?

Nee. Het moet voorrang verlenen en bij voorkeur aan het verlangen voldoen, zonder gevaar te veroorzaken.

Bronnen bij deze les