Tussenliggende waterstand en twaalfdenregel
De twaalfdenregel schat de verandering tussen laagwater en hoogwater, of andersom.
Deel 6: redactionele broncontrole op 24 september 2026. Geen volledige CBR-eindtermen-dekkingsaudit. Fictieve rekenvoorbeelden afzonderlijk nagerekend; de twaalfdenregel is een benadering. Voor een echte passage zijn actuele lokale gegevens nodig.
Een grove benadering van een getijkromme
De twaalfdenregel schat de verandering tussen laagwater en hoogwater, of andersom. Verdeel de tijd tussen die twee gebeurtenissen in zes gelijke tijdvakken. De veranderingen bedragen achtereenvolgens 1, 2, 3, 3, 2 en 1 twaalfde van het totale verval.
De getijvakken zijn niet automatisch klokuren. Bij zes uur tussen laag- en hoogwater duurt ieder vak één uur; bij zes uur en dertig minuten duurt ieder vak 65 minuten. De regel veronderstelt een min of meer regelmatige kromme en is geen nauwkeurige voorspelling voor iedere Nederlandse locatie.
Voorbeeld bij rijzend water
Gegeven in een fictieve opgave: laagwater om 08.00 uur op 0,20 m, hoogwater om 14.00 uur op 2,60 m. Het verval is 2,40 m en één twaalfde is 0,20 m. De stijgingen per uur zijn 0,20; 0,40; 0,60; 0,60; 0,40 en 0,20 m.
Om 10.00 uur zijn twee vakken verstreken. De geschatte waterhoogte is 0,20 + 0,20 + 0,40 = 0,80 m. Om 11.00 uur komt daar 0,60 m bij: 1,40 m. Let op het verschil tussen de stijging sinds laagwater en de totale hoogte boven het reductievlak.
Bij vallend water aftrekken
Vanaf hoogwater trek je dezelfde reeks delen van het verval af. Gebruik daarvoor het werkelijk volgende laagwater en de bijbehorende tijdsduur, niet automatisch de vorige stijgperiode.
Voor een echte passage gebruik je bij voorkeur lokale uurstanden of de gepubliceerde getijkromme. Dubbel hoogwater, asymmetrie, wind en andere invloeden kunnen de twaalfdenregel ongeschikt maken. Gebruik de benadering niet om een krappe veiligheidsmarge alsnog voldoende te laten lijken.
Test jezelf
Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.
Is ieder tijdvak van de twaalfdenregel altijd één uur?
Nee. Ieder vak is een zesde van de tijd tussen het betreffende laag- en hoogwater.
Wat is in dit voorbeeld de geschatte waterhoogte om 10.00 uur?
0,80 m boven het gebruikte reductievlak.