Kaartdiepte, reductievlak en getijhoogte
De beschikbare waterdiepte is de kaartdiepte plus de actuele waterhoogte boven hetzelfde reductievlak.
Deel 6: redactionele broncontrole op 24 september 2026. Geen volledige CBR-eindtermen-dekkingsaudit. Fictieve rekenvoorbeelden afzonderlijk nagerekend; de twaalfdenregel is een benadering. Voor een echte passage zijn actuele lokale gegevens nodig.
Kaartdiepte plus waterhoogte
De beschikbare waterdiepte is de kaartdiepte plus de actuele waterhoogte boven hetzelfde reductievlak. Controleer eerst welk vlak en welke eenheid beide bronnen gebruiken. Een NAP-waterstand kun je niet zonder plaatselijke omzetting optellen bij een diepte die aan een ander vlak is gerelateerd.
In Nederlandse nautische producten voor de Noordzee, Waddenzee en Ooster- en Westerschelde verandert vanaf 1 januari 2026 de naam LAT naar ALAT: Approximate Lowest Astronomical Tide. Volgens de Dienst der Hydrografie blijft het referentievlak zelf gelijk. De nieuwe naam wordt geleidelijk in nieuwe productedities verwerkt; oudere kaarten kunnen daarom nog LAT vermelden.
Geen gegarandeerde minimumstand
Een astronomisch reductievlak betekent niet dat het water er nooit onder komt. Door weersinvloed kan de actuele waterstand lager liggen. Dan moet je een negatieve waterhoogte verwerken. Ook boven een droogvallend gebied kan bij hoogwater water staan, maar de droogvalhoogte moet eerst worden overwonnen.
Fictief voorbeeld: kaartdiepte 1,40 m en waterhoogte +0,90 m boven hetzelfde vlak geven 2,30 m water. Bij een diepgang van 1,60 m is de statische kielspeling 0,70 m. Bij een waterhoogte van −0,20 m blijft slechts 1,20 m water over.
Droogvallende hoogte lezen
Een plaat met droogvalhoogte 0,40 m boven het reductievlak ligt hoger dan een kaartdiepte van nul. Bij waterhoogte 1,50 m is er 1,50 − 0,40 = 1,10 m water boven die plaat. Controleer de notatie in de kaartlegenda.
Gebruik actuele bodemgegevens en passende marges voor golven, inzinking en onzekerheid. De naamsverandering LAT naar ALAT vraagt op zichzelf geen extra optelling of aftrek. Een werkelijk ander referentievlak of een andere locatie kan dat wel doen.
Test jezelf
Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.
Vereist de Nederlandse naamsverandering van LAT naar ALAT zelf een hoogtecorrectie?
Nee. Volgens de Dienst der Hydrografie verandert alleen de naam, niet het vlak.
Hoeveel water staat boven een plaat van 0,40 m bij getijhoogte 1,50 m?
1,10 m, mits beide waarden hetzelfde referentievlak gebruiken.