Verdieping · KVB2

Getijstroom en stroomatlassen

Getijstroom is de horizontale waterbeweging die met het getij samenhangt.

2 minuten lezen · Inhoud bekeken op 24-09-2026

Deel 6: redactionele broncontrole op 24 september 2026. Geen volledige CBR-eindtermen-dekkingsaudit. Fictieve rekenvoorbeelden afzonderlijk nagerekend; de twaalfdenregel is een benadering. Voor een echte passage zijn actuele lokale gegevens nodig.

Hoogte en stroom apart lezen

Getijstroom is de horizontale waterbeweging die met het getij samenhangt. Een stroomatlas geeft voor locaties richting en sterkte op bepaalde momenten. De tijden zijn vaak uitgedrukt ten opzichte van hoogwater in een genoemde referentiehaven. Dat kan een andere haven zijn dan je vertrek- of bestemmingshaven.

Een stroompijl wijst waarheen het water stroomt. Dat is anders dan de naam van wind, die de herkomstrichting aangeeft. Controleer of richtingen waar of magnetisch zijn en in welke eenheid de snelheid wordt vermeld.

De juiste atlaspagina kiezen

Fictief voorbeeld: hoogwater in de aangegeven referentiehaven is om 13.20 uur. Voor 15.20 uur gebruik je de toestand twee uur na dat hoogwater. Gebruik niet automatisch twee uur na hoogwater op je eigen locatie. Controleer ook of de atlaspagina een moment of een heel tijdvak beschrijft.

Sommige atlaskaarten geven bij pijlen twee snelheden voor doodtij en springtij. De volgorde, eenheid en wijze van schatten voor tussenliggende omstandigheden staan in de legenda. Neem niet aan dat een getal 18 altijd 18 knopen betekent; in een publicatie kan het 1,8 knoop voorstellen.

Kentering is plaatselijk

Kentering is de overgang van de ene stroomrichting naar de andere, vaak met tijdelijk geringe snelheid. Zij valt niet noodzakelijk samen met plaatselijk hoog- of laagwater. In sommige gebieden draait de stroomrichting door in plaats van alleen om te keren.

Plan een lange passage in tijdvakken en gebruik bij ieder trajectdeel de passende stroomgegevens. Bij 2 knopen stroom ontstaat in een half uur één zeemijl verplaatsing van het water. Dat kan belangrijk zijn bij een smalle doorgang. Vergelijk voorspellingen onderweg met de waargenomen baan en houd rekening met afwijkingen door het weer.

Test jezelf

Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.

Welke hoogwatertijd gebruik je bij een stroomatlas?

Die van de referentiehaven die de atlas zelf noemt.

Valt kentering altijd samen met plaatselijk hoogwater?

Nee. Waterhoogte en stroomfase kunnen plaatselijk verschillen.

Bronnen bij deze les