Roeiboten en andere kleine vaartuigen
Een klein door spierkracht voortbewogen schip moet onder BPR 's nachts een wit gewoon rondom schijnend licht voeren.
Deel 2: uitleg en voorbeelden gecontroleerd aan de genoemde BPR-bepalingen (versie 17 juni 2026). De beschreven voorwaarden en het vaargebied horen bij de regel.
Spierkracht en bijzondere kleine vaartuigen
Een klein door spierkracht voortbewogen schip moet onder BPR 's nachts een wit gewoon rondom schijnend licht voeren. Het moet zichtbaar blijven en mag niet door de bemanning, bagage of uitrusting worden afgeschermd.
Kleine schepen die worden gesleept of langszij voortbewogen, voeren in de betreffende BPR-situatie eveneens een wit rondom schijnend licht; voor de bijboot van een schip geldt de in het artikel genoemde uitzondering. De slepende kleine motorboot voert haar eigen voorgeschreven motorbootlichten.
Voorbeeld
Een kanoër bevestigt een lamp laag achter een hoge rugzak. Van achteren lijkt er licht, maar aan de andere kant wordt het afgeschermd. Dat voldoet niet aan het doel van rondom zichtbaarheid. Controleer de opstelling vanuit meerdere hoeken.
Zien en gezien worden
Een laag wit licht kan tussen oeverlichten moeilijk opvallen. Dat maakt extra uitkijk, een geschikte route en afstand tot drukke verkeersbanen belangrijk. Felle decoratieve verlichting is geen oplossing als die verwarring veroorzaakt of de navigatielichten onherkenbaar maakt.
Ook een peddelaar moet de toestand van andere schepen herkennen. Een wit licht alleen geeft niet genoeg informatie om zeker te weten of je een roeiboot, ankerend schip of het heklicht van een motorboot ziet.
Test jezelf
Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.
Welk basislicht hoort 's nachts bij een klein spierkrachtvaartuig onder BPR?
Een wit gewoon rondom schijnend licht.
Waarom is één zichtbaar wit licht geen zekere identificatie van een roeiboot?
Meerdere scheepstoestanden kunnen vanuit jouw richting een wit licht laten zien.