Verdieping · KVB2

Van kaartkoers naar kompaskoers en terug

Reken van ware koers naar kompaskoers en terug. Met een vaste tekenafspraak, twee voorbeelden en een controleberekening.

3 minuten lezen · Inhoud bekeken op 23-09-2026

De rekenvoorbeelden zijn in beide richtingen nagerekend. Wind en stroom blijven in deze les buiten beschouwing; alle gebruikte correcties zijn fictieve oefengegevens.

Rekenroute van kompas naar kaart: kompaskoers plus deviatie geeft magnetische koers; plus variatie geeft ware koers. Oost positief, west negatief. Terugrekenen gebeurt met aftrekken.
Rekenroute van kompas naar kaart: kompaskoers plus deviatie geeft magnetische koers; plus variatie geeft ware koers. Oost positief, west negatief. Terugrekenen gebeurt met aftrekken.

Drie koersen, drie referenties

Een ware koers gebruikt het ware noorden als referentie. Een magnetische koers gebruikt het magnetische noorden. Een kompaskoers is wat het scheepskompas aangeeft. Variatie is het verschil tussen waar en magnetisch; deviatie is de afwijking van het kompas door scheepsgebonden magnetische invloeden.

Een kaartkoers kun je daarom niet zonder meer als kompaskoers sturen. De correcties hangen af van de plaats en tijd en van het kompas aan boord. In deze les zijn ze gegeven, zodat je eerst de rekenmethode kunt oefenen.

Kies één tekenafspraak

We gebruiken oost als positief en west als negatief. Schrijf een correctie altijd met haar teken op voordat je gaat rekenen. Daarmee voorkom je dat je het woord west in gedachten al omzet en vervolgens nog een keer van teken verandert.

Van kompas naar waar:
Magnetische koers = kompaskoers + deviatie.
Ware koers = magnetische koers + variatie.

Van waar naar kompas:
Magnetische koers = ware koers − variatie.
Kompaskoers = magnetische koers − deviatie.

Houd alle uitkomsten binnen 0 tot 360 graden: bij een negatieve uitkomst tel je 360 op; bij 360 of meer trek je 360 af. Schrijf een koers bij voorkeur met drie cijfers, bijvoorbeeld 008°.

Voorbeeld 1: van kaart naar kompas

Gegeven: ware koers 078°, variatie 4° oost, deviatie 2° west. Er is geen wind- of stroomcorrectie. De gegeven deviatie geldt voor de te sturen koers.

Stap 1: noteer variatie als +4° en deviatie als −2°.
Stap 2: magnetische koers = 078° − (+4°) = 074°.
Stap 3: kompaskoers = 074° − (−2°) = 076°.

Je stuurt in deze oefening dus 076° op het kompas. Aftrekken van een negatieve waarde is optellen. Juist die tweede min is een veelvoorkomende bron van fouten.

Controleer terug: 076° + (−2°) = 074° magnetisch. Daarna 074° + (+4°) = 078° waar. Je bent terug bij het oorspronkelijke gegeven.

Voorbeeld 2: over het noorden heen

Gegeven: kompaskoers 358°, deviatie 3° oost en variatie 2° oost.

Magnetische koers = 358° + 3° = 361°, dus 001°.
Ware koers = 001° + 2° = 003°.

De uitkomst 003° is geen grote koersverandering ten opzichte van 358°. Beide liggen vlak bij noord. De cirkel gaat na 359° verder bij 000°.

De terugweg bevestigt dit: 003° − 2° = 001° magnetisch. Daarna 001° − 3° = −002°, ofwel 358° kompas.

De stuurtafel en de grenzen van dit voorbeeld

Deviatie kan veranderen met de gestuurde koers. Een stuurtafel moet daarom bij het betreffende kompas horen. Staat de deviatie per kompaskoers vermeld, dan moet je bij terugrekenen controleren dat de gekozen waarde bij de berekende kompaskoers past. Een opgegeven constante in een oefenvraag is geen universele waarde voor je boot.

Deze correcties verwerken alleen de verschillende noordreferenties. Wind en stroom bepalen daarnaast hoe je daadwerkelijk over de grond beweegt. Een correct herleide kompaskoers garandeert dus nog niet dat je boven een getekende lijn op de kaart blijft.

Zelf je berekening controleren

Noteer eerst de gegeven koerssoort. Zet oost en west om in tekens. Werk via de magnetische koers. Herleid een uitkomst buiten de cirkel. Reken ten slotte terug met dezelfde gegeven correcties: de oorspronkelijke koers moet terugkomen.

Test jezelf

Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.

Ware koers 120°, variatie 5° west en deviatie 2° oost. Welke kompaskoers hoort daarbij?

Variatie −5 en deviatie +2. Magnetisch: 120 − (−5) = 125°. Kompas: 125 − 2 = 123°.

Kompaskoers 002°, deviatie 4° west en variatie 1° oost. Wat is de ware koers?

Magnetisch: 002 − 4 = −002°, dus 358°. Waar: 358 + 1 = 359°.

Corrigeert variatie ook voor stroming?

Nee. Variatie gaat over de noordreferentie; stroom vraagt een afzonderlijke navigatieberekening.

Bronnen bij deze les