Verdieping · KVB2

Peilingen, kruispeiling en positienauwkeurigheid

Een peiling is de gemeten richting van jouw positie naar een herkenbaar object.

2 minuten lezen · Inhoud bekeken op 23-09-2026

Deel 5: redactionele broncontrole op 23 september 2026. Rekenvoorbeelden zijn fictief en gaan uit van de expliciet genoemde omstandigheden; uitkomsten afzonderlijk nagerekend. Geen volledige CBR-eindtermen-dekkingsaudit. Oost is positief en west negatief bij variatie en deviatie. De eigen vectorvoorbeelden zijn onafhankelijk berekend; numerieke voorbeelden uit de bron zijn niet overgenomen.

Een richting geeft een positielijn

Een peiling is de gemeten richting van jouw positie naar een herkenbaar object. Kies vaste objecten die je zeker op de kaart kunt aanwijzen. Een boei kan verplaatst zijn; een gelijkende toren kan het verkeerde object blijken. Objectherkenning gaat daarom vóór nauwkeurig tekenen.

Herleid een kompaspeiling naar waar met de passende deviatie en variatie. Gebruik voor een handpeilkompas niet zomaar de stuurtafel van het vaste kompas. Bij een relatieve peiling ten opzichte van de boeg moet eerst de boegrichting worden verwerkt.

Vanaf het object terug tekenen

Een ware peiling van 045° naar een vuurtoren betekent dat de boot op de lijn in richting 225° vanaf die toren ligt. Het verschil is 180°. Eén peiling levert een lijn op, geen unieke positie. Een tweede peiling naar een ander object kan een snijpunt geven.

Voorbeeld: je peilt een noordelijk gelegen toren waar op 000° en een oostelijk gelegen herkenningspunt op 090°. Teken vanaf de toren zuidwaarts en vanaf het tweede punt westwaarts. Hun snijpunt is de berekende positie. De peilingen moeten vrijwel gelijktijdig zijn, of naar hetzelfde tijdstip worden overgebracht.

Fouten zichtbaar maken

Kies geen twee objecten die vrijwel in dezelfde of tegengestelde richting liggen. Bij zulke ongunstige snijhoeken veroorzaakt een kleine meetfout een grote onzekerheid. Een kruising nabij een rechte hoek is doorgaans gunstiger.

Een derde peiling levert bij meetfouten vaak een klein driehoekje op. Dat is geen garantie dat je precies in het midden ligt. Controleer herkenning, correcties, tijdsverschil en tekenwerk en houd marge aan de gevaarzijde. Noteer de tijd van de positiebepaling. Tijdens het tekenen vaart of drijft de boot immers verder.

Test jezelf

Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.

Welke terugrichting hoort bij een ware peiling van 045° naar een object?

225° vanaf dat object naar de boot.

Waarom zijn bijna evenwijdige peillijnen ongunstig?

Kleine meetfouten veroorzaken dan grote verschillen in het berekende snijpunt.

Bronnen bij deze les