Verdieping · KVB2

Stroomrichting, stroomsterkte en vectoren

De beweging over de grond is de som van de beweging van de boot door het water en de beweging van het water over de grond.

2 minuten lezen · Inhoud bekeken op 23-09-2026

Deel 5: redactionele broncontrole op 23 september 2026. Rekenvoorbeelden zijn fictief en gaan uit van de expliciet genoemde omstandigheden; uitkomsten afzonderlijk nagerekend. Geen volledige CBR-eindtermen-dekkingsaudit. Oost is positief en west negatief bij variatie en deviatie. De eigen vectorvoorbeelden zijn onafhankelijk berekend; numerieke voorbeelden uit de bron zijn niet overgenomen.

Water en schip bewegen tegelijk

De beweging over de grond is de som van de beweging van de boot door het water en de beweging van het water over de grond. Voor beide heb je richting én snelheid nodig. Je kunt ze voorstellen als pijlen: de richting van de pijl geeft de koers, de lengte de snelheid of verplaatsing.

Stroomrichting is de richting waarheen het water gaat. Stroom 090° gaat naar het oosten. Dat verschilt van oostenwind, die uit het oosten komt. Houd ook ware en magnetische richtingen gescheiden; gebruik voor één tekening dezelfde noordreferentie.

Kies één tijdsduur

Bij 6 knopen legt de boot in één uur 6 zeemijl door het water af. Een stroom van 2 knopen verplaatst het water in dat uur 2 zeemijl. Voor een half uur zijn beide pijlen half zo lang. Een stroompijl voor een uur optellen bij een bootpijl voor een half uur is onjuist.

Voorbeeld: de boot beweegt één uur 6 zeemijl naar het noorden door het water, terwijl het water 2 zeemijl oostwaarts stroomt. Teken eerst 6 naar noord en vanaf die pijlpunt 2 naar oost. Van het beginpunt naar het eindpunt loopt de grondverplaatsing.

De uitkomst controleren

De afgelegde grondafstand is de schuine zijde: ongeveer 6,32 zeemijl. De grondkoers is ongeveer 018°, dus oostelijker dan de noordelijke richting door het water. De grondsnelheid is in dit uur ongeveer 6,32 knopen.

Zes plus twee is hier niet acht: alleen bij precies dezelfde richting kun je de snelheden rechtstreeks optellen. Bij dwarsstroom gebruik je de meetkundige som. Controleer bovendien of stroomgegevens gelden voor de juiste plaats en tijd; getijstroom is doorgaans niet een hele tocht constant.

Test jezelf

Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.

Waarheen gaat stroom 090°?

Naar het oosten.

Waarom is 6 knopen noord plus 2 knopen oost niet 8 knopen?

Omdat de snelheden verschillende richtingen hebben en als vectoren moeten worden opgeteld.

Bronnen bij deze les