Basis · KVB1

Lichtkarakters van boeien en bakens

Een lichtkarakter beschrijft hoe licht en donker elkaar afwisselen.

2 minuten lezen · Inhoud bekeken op 23-09-2026

Deel 3: redactioneel gecontroleerd aan de genoemde bronnen. BPR-regels zijn gebaseerd op de versie van 17 juni 2026; voorbeelden beschrijven de vermelde omstandigheden. Bekijk de officiële afbeeldingen in BPR bijlage 8 naast de uitleg.

Een licht heeft een kleur én een ritme

Een lichtkarakter beschrijft hoe licht en donker elkaar afwisselen. De periode is de tijd van één volledige herhaling, inclusief alle licht- en donkere fasen. Alleen de duur van één flits meten geeft dus niet de periode.

F betekent vast licht. Bij Fl is de lichtfase korter dan de donkerfase; bij Oc is de lichtfase langer. Iso heeft even lange licht- en donkerfasen. LFl is een lange schittering van ten minste twee seconden. Q en VQ zijn flikker- en snelflikkerlichten. Een cijfer tussen haakjes noemt het aantal in een groep.

Een kaartnotatie ontleden

Een eigen oefenvoorbeeld is Fl(2) R 6s. Je zoekt een rood licht met twee schitteringen per volledige periode van zes seconden. Het betekent niet twee seconden rood licht en daarna zes seconden donker.

Bij Iso W 8s is het licht wit en zijn licht en donker elk vier seconden lang. Bij een zuidcardinale beschrijving met Q(6)+LFl hoort na zes flikkeringen een lange schittering; die laatste hoort bij dezelfde groep.

Waarnemen in de praktijk

Kijk meerdere perioden achter elkaar en vergelijk met de kaart. Een golf, regenbui of voorbijvarend schip kan een deel van het licht afschermen. Achtergrondverlichting kan bovendien een onterecht extra 'licht' in je waarneming opleveren.

Voorbeeld: je telt één flits, een pauze en nog één flits. Wacht tot je het hele patroon opnieuw hebt gezien voordat je concludeert dat het Fl(2) is. Je kunt midden in een langere groep zijn begonnen met kijken.

Gebruik ook de kleur, richting en verwachte positie. Een juist geteld ritme op een verkeerde kaartpositie is reden om opnieuw te oriënteren.

Test jezelf

Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.

Wat omvat de periode van een licht?

Eén volledige herhaling van alle licht- en donkerfasen samen.

Hoe lang zijn licht en donker bij Iso W 8s?

Elk vier seconden.

Bronnen bij deze les