Basis · KVB1

Cardinale markering: noord, oost, zuid en west

Cardinale markering werkt met kompasrichtingen.

2 minuten lezen · Inhoud bekeken op 23-09-2026

Deel 3: redactioneel gecontroleerd aan de genoemde bronnen. BPR-regels zijn gebaseerd op de versie van 17 juni 2026; voorbeelden beschrijven de vermelde omstandigheden. Bekijk de officiële afbeeldingen in BPR bijlage 8 naast de uitleg.

De naam noemt de veilige zijde

Cardinale markering werkt met kompasrichtingen. Een noordcardinale markering passeer je aan de noordzijde; een oostcardinale aan de oostzijde, enzovoort. De naam beschrijft de bevaarbare zijde ten opzichte van het gevaar. Je eigen vaarrichting verandert die zijde niet.

De markeringen zijn zwart en geel, met twee zwarte kegels als topteken. De precieze vorm van de boei is niet het doorslaggevende kenmerk. Gebruik kleuren, kegels, kaartpositie en eventueel het witte licht samen.

De vier combinaties

Noord: zwart boven geel; beide kegelpunten omhoog. Het witte licht flikkert doorlopend: Q of VQ.

Oost: zwart-geel-zwart; de kegelpunten wijzen uit elkaar, dus de brede bases naar elkaar. Het licht geeft groepen van drie flikkeringen.

Zuid: geel boven zwart; beide kegelpunten omlaag. Het licht geeft zes flikkeringen gevolgd door één lange schittering.

West: geel-zwart-geel; de kegelpunten wijzen naar elkaar. Het licht geeft groepen van negen flikkeringen.

Onthouden en toepassen

De getallen volgen de klok: oost drie uur, zuid zes, west negen. Bij zuid hoort de lange schittering erbij, zodat je zes niet gemakkelijk verwart met een onvolledig getelde langere groep. Noord heeft geen getelde groep.

Voorbeeld: je vaart westwaarts en nadert een oostcardinale boei bij een ondiepte. Het bevaarbare water ligt oostelijk van die boei. Je mag dus niet simpelweg westwaarts langs haar doorvaren omdat dat je oorspronkelijke koers was. Teken het gevaar en de gewenste passage op de kaart en kies een veilige route eromheen.

Een cardinale boei geeft geen universele passeerafstand. De omvang van het gevaar en andere ondiepten lees je op de kaart; blijf ruim genoeg vrij.

Test jezelf

Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.

Aan welke zijde passeer je een westcardinale markering?

Aan de westzijde, ongeacht jouw vaarrichting.

Welk kenmerk maakt het zuidcardinale licht extra herkenbaar?

Na de zes flikkeringen volgt een lange schittering.

Bronnen bij deze les